Boef bouwde gevangenis

In 1810 zijn er in Utrecht twee stedelijke gevangenissen: het tuchthuis en de gevangenis op het stadhuis. De gevangenis onder het stadhuis is voor opsluiting tot je voor de rechtbank komt, deze voorziening sluit in 1824. 


Langgestraften zitten in het 'kasteel' van Woerden: in die tijd een gevangenis voor meer dan 250 gestraften. Het tuchthuis staat onder het beheer van het stadsbestuur voor veroordeelden om hun straf te ondergaan. Het is het voormalige Sint Nicolaasklooster in de Tuchthuissteeg (huidige Doelenstraat). In het tuchthuis zitten ook veroordeelde militairen. Er moet gewerkt worden: al was het maar om de kosten te beperken. Het huis is van abominabele kwaliteit en er is een tekort aan capaciteit. Niet alleen wanordelijke toestanden vinden er plaats, maar zelfs onzedelijke.
De gemeente heeft het terrein van de Wolvenburg in gedachte voor een nieuwe gevangenis, het Rijk en de Provincie willen het liever op het Oudwijkerveld. Na meer dan 10 jaar touwtrekken valt in 1852 het besluit: bolwerk Wolvenburg wordt de nieuwe locatie. De nieuwe gevangenis is bestemd voor veroordeelden tot eenzame opsluiting en voor gegijzelden om schulden.

De gevangenis op Wolvenburg in 2014
De gemeente verkoopt het bolwerk Wolvenburg voor de som van € 140.000 aan het Rijk (de guldens van toen zijn omgezet naar de euro's van nu, indertijd was het bedrag f 14.000). Het gebouw is een ontwerp van Isaäc Warnsinck en de ingenieur van Waterstaat J. Fijnje, die over goede kopieerkwaliteiten beschikten, ze lijkt namelijk veel op de nieuwe gevangenis in Amsterdam. De nieuwe gevangenis op Wolvenburg staat aan de Diendersteeg. De naam Wolvenplein is er pas in 1865. Bij de gevangenis zijn enkele woningen voor het personeel.

Voortvarend start in 1852 de voorbereiding voor de nieuwbouw. Na een aanbesteding in juli begint aannemer M. de Leur uit Utrecht al in september. Zijn werk bestaat o.a. uit het plaatsen van een bouwschutting, het egaliseren van het terrein, opruiming van het hinderlijke plantsoen, het slopen van de toren Wolf en de stadswalmuur en het dempen van de gracht tussen de wal en het bolwerk, het plaatsen van een directiekeet en het uitgraven en uitbaggeren van een put. Hij heeft het werk voor € 59.250 aangenomen.

In december 1852 volgt de aanbesteding van de cellulaire gevangenis door het ministerie van Justitie. De eerste aanbesteding is van de fundaties en de ruwbouw, het metselwerk inclusief de vloeren. Aannemer F.W. van Vloten uit Utrecht neemt het werk aan voor € 559.000. In december 1853 vindt de aanbesteding plaats van de afbouw van de gevangenis. De aannemer voor € 1.198.850 is, het is niet anders, het bedrijf van Cornelis Boef uit Rotterdam. Daarna volgt nog een aanbesteding voor de voltooiing van de gevangenis in april 1855. Die aanbesteding mislukt, alle aanbiedingen zijn boven de raming. Het werk is onderhands uitgevoerd (zonder aanbesteding, met onderlinge overeenstemming over een prijs).

De gevangenis vleugel B voor de verbouwing in 1990 met veel hekken,
fotograaf Van Galen 1990 beeldbank cultureel erfgoed
De nieuwe gevangenis heeft veel bekijks. Slim ondernemerschap speelt er op in. Een advertentie in de lokale courant van oktober 1855, “Wolvenburg: toegang tot de cellulaire gevangenis daags van 10 tot 3 tegen 50 centen voor de armen”. De biljetten zijn bij de portier op Wolvenburg te bekomen. Met een prijs van 50 cent is een bezoek bepaald niet voor de armen weggelegd, alleen het welgestelde deel van de Utrechtse bevolking kan zich dat veroorloven.
Op 1 juli 1856 vindt de officiële opening plaats en daarna wordt het de oudst in gebruik gebleven gevangenis in Nederland.

De Breedstraatbuurt organiseert in 1995 een workshop architectuur Wolvenburg. De gevangenis zou zo maar eens kunnen sluiten. Ter voorbereiding liggen dan nieuwe plannen al klaar. In 2014 is het zover. De laatste gevangene is in mei 2014 overgeplaatst. Een nieuwe bestemming voor bolwerk Wolvenburg is nodig. Hieronder een tekening uit 1995 van Rein vd Pol met 'zo maar' een idee:

Zie voor andere stukjes op het weblog, de gevangenis Wolvenplein en in de gevangenis woont ook het personeel. De stadswallen tot de Plompetoren krijgen een geheel andere bestemming, zie daarvoor de bouwplannen van Hoogeveen.

.