Ridderschapstraat en Van Reede van Amerongen

Het terrein direct achter de gebouwen van het Wittevrouwenklooster wordt gekocht door Graaf van Reede van Drakensteyn. Met de aankoop van het abdijgebouw van het Wittevrouwenklooster verwerft Gerard van Reede mogelijk een nieuw ontwikkelingsproject in de stad.


Hij woont nog met zijn tweede vrouw, de adellijke dame en nicht van hem, Margarethe van Reede tot Nederhorst (1620-1669), in zijn pand aan het Janskerkhof met een erf langs de in die tijd aangelegde Boothstraat. In de zomer wordt uiteraard op Drakensteyn verbleven. Het erf langs de nieuw aangelegde Boothstraat heeft hij in verschillende verkopingen al ten gelde gemaakt.

Jonker Van Reede is met vele schulden beladen, hoe kan hij zijn bezittingen uitbreiden met deze nieuwe aankoop? De omvang van de schulden blijkt bij zijn overlijden 13 oktober 1669, een dag na zijn vrouw. Zijn crediteuren laten beslag leggen op de boedel. Het Convent van Wittevrouwen sluit zich aan bij de rij schuldeisers, de aankoop van het abdijgebouw is namelijk nooit betaald! Noodgedwongen moet de familie (de vijf minderjarige kinderen) afstand doen van het grootste deel van het bezit (o.a. Drakensteyn). Na verervingen komt een deel van het abdijgebouw in handen van het verre familielid Van Reede van Amerongen. Het andere deel koopt deze familie in 1768 terug.

Het is al de tweede helft van de 18e eeuw als het gehele gebied achter de huizen van de Wittevrouwenstraat tot en met Ridderschapstraat 21 door aankopen eigendom is geworden van Frederik Christiaan Rijnhard van Reede van Amerongen, vijfde graaf van Athlone, Baron van Reede en Aegrim (en zo voort). In de 17e eeuw had deze familietak ook grote bezittingen in Utrecht aan de Wittevrouwenstraat – Drift, maar moest ze financieel gedwongen van de hand doen. Veel van zijn titels en bezit heeft hij geërfd van zijn voorvader Godard van Reede, de eerste graaf van Athlone:

De toekomstige eerste Graaf van Athlone:
Godart van Reede van Amerongen
Godard is de krijgsmacht ingegaan. Met behulp van zijn vader, de diplomaat Godart Adriaan van Reede van Amerongen wordt een klein leger gefinancierd en hij helpt de Prins van Oranje met het stand houden van de Republiek in Holland en de uitbreiding ervan. In het Rampjaar 1672 kiest hij voor de juiste partij, de orangisten met stadhouder Willem III. Hij doet verdienstelijk werk en maakt vele promoties. Later in de jaren 90 van de 17e eeuw gaat hij als vriend van stadhouder Willem III mee naar Engeland, de taal zal hij geleerd hebben van zijn Engelse moeder Turnor. Willem III is tot koning in Engeland uitgeroepen, zijn moeder was tenslotte ook een Engelse, echter een Tudor. Engeland is voortdurend wel ergens in oorlog, als het niet met het buitenland is dan wel met een eigen landsdeel. Godard helpt hem als officier met zijn garnizoen en doet dat heel goed in Ierland. Hij wordt voor zijn inzet verheven tot de Engelse adelstand. De familie verwerft hiermee een zetel in het Hogerhuis in Engeland en zal voor altijd verbonden blijven met dit land. Een reeks titels ontvangt hij eveneens als dank, waaronder het graafschap van Athlone in Ierland en Baron van Agrim. Hij behoort tot de grootste kwartiermakers.

De van Reedes vervullen van het begin af belangrijke functies in Utrecht. Als lid van de Ridderschap krijgen zij allerlei ambten en commissies in binnen- en buitenland te vervullen. Naast het huis Amerongen houden zij een huis aan de Kneuterdijk in Den Haag aan - het centrum van de bestuurlijke macht van de 7 provinciën. Van Reede van Amerongen woont tot 1795 tevens in stad Utrecht op de Ridderschapstraat.

Het pand in de Ridderschapstraat is er niet meer. Het stond tegenover 10 t/m 16, waar nu in de Ridderschapstraat de poort naar de school zit tot en met nummer 23. Op een door G.G. Haanen getekende prent uit 1823 staat een deel van een groot gebouw. De stadsmuur is net gesloopt en achter toren De Hond heeft geen ander groot gebouw gestaan. Het hoge rode dak met de twee schoorstenen links zou Ridderschapstraat 14 kunnen zijn. Zeker is dit natuurlijk niet, prenten zijn minder betrouwbaar dan foto’s. Op deze prent is de Domtoren weggepoetst (bewerkte HUA31605). Een prent met Domtoren komt uiteraard herkenbaar uit Utrecht, ook al is de toren op deze plaats aan de singel net niet te zien.

Het huis van Athlone achter toren Hond na de sloop van de walmuur circa 1823
Het pand speelt eerder in de geschiedenis een belangrijke rol bij de vredesonderhandelingen van 1712-1713. Vele buitenlandse delegaties zijn bij deze onderhandelingen betrokken. Voor 900 guldens per maand verhuurt toenmalig eigenaar Anthony van Asch van Wijck zijn deel van het pand aan John Robinson, diplomaat voor de Engelse Koningin. Hij heeft zijn vrouw en dochter meegenomen en een gevolg van personeel. De onderhandelingen nemen lange tijd in beslag, bijna 2 jaar, maar resulteren in de Vrede van Utrecht. Op 11 april 1713 komen Robinson en zijn Franse rivaal de diplomaat De Polignac een vredesakkoord overeen. Zij tekenen op dit adres hun onderling verdrag en dwingen daarmee een akkoord af met alle andere partijen.

Het bezit is daarna lang in bezit van de familie Van Reede gebleven, zij laten tussen 1767 en 1770 diverse verbouwingen aan het huis uitvoeren. Ook van 1785 tot 1799 zijn er inkomsten uit huur en uitgaven aan onderhoud. Mw. Van Reede-van Tuyll probeert nog in 1812 huur te innen voor gebruik van het huis in 1797-1798 door Franse militairen. Anna Elisabeth Christina van Tuyll van Serooskerken (1745-1819) is de vrouw van de vijfde graaf van Athlone Frederik Christiaan Reinhard van Reede van Amerongen (1743-1808).

Het pand wordt in de eerste helft van de 19e eeuw gesloopt, en enkel panden links en rechts daarvan. De Willemskazerne wordt op het terrein tussen de Ridderschapstraat en de Wittevrouwenkade in 1829 voltooid. Maar daarover meer onder deze link.

.