Papiervondst in de Ridderschapstraat

Al enige jaren zijn de eigenaren van Ridderschapstraat 14 hun pand aan het restaureren. Bij het vervangen van de vloerdelen van de eerste verdieping doet hij een vondst: grote kieren zijn gevuld met proppen papier. Ze vertellen een stukje van de geschiedenis van het pand. 


De papieren blijken te bestaan uit stevig opgevouwen oude documenten. Gepropt in de spleet zijn ze bestreken met een soort plamuur en vervolgens in de kleur van het houten plafond mee geverfd. De plamuur en verf is er snel afgetikt. Door vocht is de buitenkant wat aangetast. De papieren blijken redelijk uit te vouwen en bijzonder:
  • ze zijn merendeels goed bewaard gebleven; 
  • vrijwel allemaal redelijk te lezen handschrift; 
  • ze bestrijken bijna een hele eeuw: de oudste uit 1751 en de jongste uit 1833; 
  • de formaten papier zijn allemaal verschillend, van kleine zorgvuldig afgescheurde velletjes tot groot folio; 
  • er zitten maar enkele stukken krantenpapier tussen: niet uit 1833, maar uit 1810, een stukje van een Utrechtse Courant en een stukje van een Franstalige courant; 
  • de papieren komen uit slechts twee huishoudens: circa 90 stuks van familie Joachim Langerak en circa 30 stuks van administrateur J.A. de Vries. 
Het oudste document is een in 1751 opgemaakt akte bij notaris W. van Vloten. Joachim Langerak wordt in deze akte opgevoerd als voogd van Hendrik Scheffer. De ouders van Scheffer zijn overleden. Hendrik Scheffer is samen met zijn broer erfgenaam geworden. Verder zitten er tussen de gevonden papieren veel rekeningen. Afrekeningen voor levensmiddelen, stoffen, kleding en van reparaties aan huizen van de smid, de metselaar, de timmerman en de schilder-glazenzetter. Een rekening uit 1763 is van Dirk de Rooij voor werk van de knecht, verbruik van kalk en zand, soldeer en levering van een blikkegoot, verstellen en verven van leidingen en het herstellen van de pompklep. Een andere rekening uit 1768 is van G. van Roijen. Langerak heeft in maart dat jaar 5 ellen super fijn zwart linnen laken gekocht voor f 35. Hij betaalt de rekening op 30 december. Veel is op de pof gekocht en wordt tot soms wel twee jaren later betaald.

Rekening aan Langerak voor geleverd laken
In 1975 staat een klein artikel in het tijdschrift Oud Utrecht over klokkenmaker J. Langerak van G. Brinkhuis. Joachim Langerak is in 1721 in Utrecht geboren. Hij werd al jong wees en is door de regenten van het weeshuis in 1735 uitbesteed als leerjongen bij horlogemaker Willem van Dadelbeek. Elf jaar later in 1746 schrijft het smedengilde Joachim als meester in. De foto van de klok (links) is in 1975 gemaakt door een in Canada wonende eigenaar. De tafelklok is door Langerak gemaakt:

Links een tafelklok van Joachim Langerak uit de 2e helft 18e eeuw
De klokkast is 58 cm hoog en van eikenhout, gefineerd met perenhout. Het uurwerk loopt 8 dagen en heeft een slagwerk -laag- voor de hele uren en -hoog- voor de halve uren. De maanstand en wijzerplaat is gegraveerd en beschilderd. In 2008 is een soortgelijke tafelklok uit circa 1780 (rechts) van 68 cm hoog geveild bij Christies voor € 26.200.

Langerak woonde eerst aan het Oudkerkhof en later aan de Minrebroederstraat en de Mariaplaats. Hij koopt in 1763 het toenmalige pand Plompetorengracht 22 als belegging. Hij houdt, voor zijn vak niet vreemd, van horloges. In 1774 koopt hij in Amsterdam een duur zakhorloge van de vermaarde James Upjohn uit Engeland voor f 300.
Een geheel ander document is een akte van de wethouders en de burgemeester van de stad uit 1809. Hij ontvangt van de stad Utrecht een schadeloosstelling van f 297 voor schade toegebracht aan zijn huis op het Oudkerkhof door ingekwartierde Franse soldaten in 1795! Een krantenbericht heeft hem op het idee gebracht de rekening alsnog in te dienen. Het verzoek is door hem ingediend in 1807 en bestaat uit een optelsom aan kosten voor werk van een timmerman, een metselaar, een glasemaker en een lijdecker, daarboven komt de gederfde huishuur. Ook Langerak moet lang wachten op zijn geld.
Na het overlijden van zijn vrouw in 1804 verhuist hij naar een ander pand van hem: Plompetorengracht 22. Daar komt Joachem Langerak in 1813 te overlijden op 92 jarige leeftijd. Zijn zoon is dominee geworden en woont elders en erft ander bezit. Het pand op de Plompetorengracht gaat naar zijn dochter Geertruida Langerak. Zij verkoopt Plompetorengracht 22 in 1825, ongehuwd en 73 jaar oud, zij bedingt levenslange inwoning in een kleine kamer met tuinkamer. Geertruida overlijdt in 1833, een jaar na haar broer.

Hoe komen de papieren van de familie Langerak in Ridderschapstraat 14 terecht?

Dan komen we uit bij de papieren uit de periode 1820-1833. Ridderschapstraat 14 is in 1832 gekocht door weduwnaar Jan Adriaan de Vries. Oud-eigenaar Schorteldoek woont er nog, De Vries vestigt er zijn kantoor. Al in 1820 heeft hij een traktement bij het Gouvernement: hij doet de administratie voor de Munt. Betaling blijft echter uit en hij schrijft een 'betalingsherinnering' (kladbrief). De Vries bewaart veel van zijn papieren. In die tijd is hij ook administrateur/exploiteur van het Hoogheemraadschap Lekdijk Bovendams. Heemraad is mr. J.G. van Nes te Zuilen. In 1833 gaan handgeschreven rekeningen naar de ingezetenen van het Hoogheemraadschap. De rekeningen moeten op Ridderschapstraat 14 worden voldaan. Zitting is op de zaterdag van 10 tot 12 uur,  bij J.A. de Vries te Utrecht Ridderschapstraat wijk H no 731. De ingezetenen uit bijvoorbeeld Amerongen, Maarssen of Vreeswijk gebruiken ongetwijfeld een koopman of bode voor het voldoen van de rekening.

Rekening uit 1833 van het Hoogheemraadschap
Lekdijk Bovendams Ridderschapstraat wijk H 731
In 1833 verhuist Willem Schorteldoek met zijn vrouw en vijf volwassen dochters. De Vries knapt waarschijnlijk in de periode januari-april 1834 het huis op. De schilder vult met proppen gevouwen papier een brede spleet tussen de vloerdelen en een kinderbint. De Vries heeft nog wat oud papier liggen: de administratie van Langerak kan na het overlijden van mej. Langerak wel een nuttiger bestemming krijgen. Tevens zijn papieren uit 1832 en 1833 uit de administratie van het Hoogheemraadschap gebruikt voor deze ‘proppen’. De familie De Vries neemt in mei 1834 haar intrek. De 58-jarige De Vries hertrouwt in 1850 met de 28-jarige Johanna van de Burgh, zij was inwonend dienstmeid. Zijn dochter trouwt in 1852 en gaat het huis uit. Jan Adriaan wordt in 1853 nogmaals vader van een dochter, Johanna Adriana. Circa 1856 verhuist het gezin. Zijn oudste dochter verkoopt het pand in 1867. De ouders zijn overleden en de oudste dochter zorgt voor haar stiefzus.

Ridderschapstraat 14 is gebouwd in 1664, lees daarvoor een ander artikel. In de buurt heeft eerder een administrateur / exploiteur van het Hoogheemraadschap gewoond, Klinkenberg woonde met kantoor aan huis op Wittevrouwenstraat 14. Zijn zoon wordt later apotheker.

.