Muzikale en hooggeleerde bewoning op de Wolvenstraat



De familie Hol gaat in 1904 wonen op de Wolvenstraat. Zij komen weer terug in Utrecht. Hol is lang werkzaam geweest in de stad als dirigent van het plaatselijke toonkunstkoor.




In 1874 is de eerste eigenaar overleden van het huis op de plek van Wolvenstraat 50-80. Het echtpaar Hoogeveen laat het pand na aan de 4 nog levende kinderen. Geen van de kinderen heeft nageslacht. Het oude pand op Wolvenstraat 14 (ter hoogte van het huidige pand 50-80) wordt in 1877 verhuurd aan het echtpaar Hamaker-Brooshooft. Ze wonen er met hun zoon en twee dochters, waarvan de jongste net geboren is en 2 dienstmeiden. De net vanuit Leiden benoemde professor Hendrik Jacobus Hamaker is hoogleraar in de rechtsgeleerdheid. Zijn jeugd ligt in Katwijk en Leiden. Hij is nog gepromoveerd op een boekwerkje van 32 pagina’s, hij had naar eigen zeggen wel wat beters te doen.

Later verkopen de erven Hoogeveen het terrein in drie delen. In 1887 wordt Wolvenstraat 50-80 verkocht aan professor Jan de Louter (1847-1932). De Louter is eveneens hoogleraar in het recht. Laatste eigenaar van het grote huis wordt in 1904 Maria Theresa Hol-Koene, zij is de echtgenote van componist en dirigent Rijk (Richard) Hol (1825-1904).

Richard Hol is vanaf 1862 spil van het muziekleven in Utrecht. Zijn muziekcarrière begint in zijn geboortestad Amsterdam als pianist en vanaf 1857 als dirigent van het Amsterdamse Toonkunstkoor. In 1862 vertrekt hij naar Utrecht. Hij is organist in de Domkerk van 1869 tot 1888 en vanaf 1875 directeur van de net opgerichte Stedelijke Muziekschool. In 1878 krijgt hij de Koninklijke mannenzangvereniging Caecilia in Den Haag erbij. Van 1891 tot 1893 dirigeert hij de donderdagse "klassieke concerten" in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. Hij componeert ook muziek. Sommige van zijn kinderliederen zijn lang populair gebleven. Een voorbeeld daarvan is Draaiersjongen over Michiel de Ruyter dat begint met de woorden In een blauwgeruite kiel. De tekst van het lied is geschreven door Antoon Leonard de Rop. Een ander bekende melodie van Hol is het lied Mijn Nederland dat begint met de woorden Waar de blanke top der duinen met tekst van P. Louwerse.

Richard Hol
portret door J.J. Mesker in 1884
Richard Hol is driemaal getrouwd. Zijn eerste huwelijk eindigt kinderloos met het overlijden van zijn vrouw Jacoba van Waning Bolt. Met zijn tweede vrouw Amalie Philippine Frederik Reuter krijgt hij zeven kinderen, maar zij overlijdt op 54 jarige leeftijd in 1896, de jongste zoon is dan al 21 jaar. Daarna verhuist hij naar Den Haag en trouwt voor de derde keer met de in Utrecht geboren Maria Theresa Koene (1863-1940). De verhuizing naar Den Haag lijkt een vlucht.

Hol heeft namelijk met Maria Koene een buitenechtelijke dochter! Die dochter is de in 1886 in Den Haag geboren Jacoba Brigitte Louise Hol. Zij zal het overigens tot het eerste vrouwelijke hoogleraarschap in Utrecht brengen. Het echtpaar krijgt ook nog een wettige zoon in 1898, Herman Marinus Jacobus Hol die in Den Haag wordt geboren. In 1904 wil het echtpaar graag terug naar Utrecht, het pand Wolvenstraat 50-80 wordt gekocht. Richard Hol kan echter maar kort genieten van zijn muziekkamer in het huis, op 14 mei 1904 komt hij thuis te overlijden. Op 18 mei wordt zijn stoffelijk overschot overgebracht naar de Algemene Begraafplaats in Utrecht.

Op de lange weg van de Wolvenstraat naar het kerkhof wordt de door paarden getrokken lijkkoets uitgeleide gedaan langs een dichte haag van belangstellenden en vertegenwoordiging van muziekgezelschappen uit Amsterdam, Den Haag, Haarlem, Rotterdam en diverse uit Utrecht.

De lijkkoets met Richard Hol op 19 mei 1904
voor Plompetorengracht 1 (HUA 97296)
Moeder en dochter Hol-Koene zijn onder de uitgeleiden. De zoon is nog net geen zes jaar. Zij blijven aan de Wolvenstraat wonen. Dochter Jacoba studeert aan de Universiteit, promoveert en wordt assistent bij het Geografisch Instituut op Plompetorengracht 11.
Professor Dr. J.B.L. Hol

Dr. J.B.L. Hol wordt in 1945 hoogleraar Fysische Geografie aan de Universiteit Utrecht als opvolgster van professor dr. Karl Oestreich. Hiermee was zij de eerste vrouwelijke ‘gewone’ hoogleraar in Nederland. Zij zal deze leerstoel tot 1958 blijven bezetten. In 1964 is ze overleden. In 2012 worden in de Senaatszaal van het Academiegebouw drie portretten van de honderd mannelijke hooggeleerde collega’s vervangen door portretten van de drie oudste vrouwelijke hoogleraren. Professor dr. Jacoba Hol mag nogmaals haar intrede doen in het gezelschap hoog geleerdheid.

In 1926 heeft dr. Jacoba Hol, na er tweeëntwintig jaar gewoond te hebben, het grote woonhuis aan de Wolvenstraat verkocht. Het oudste deel is bijna 80 jaar en aan een flinke renovatie toe, of iets anders?