Schilder in de Gouden Eeuw: Joost Cornelis Droochsloot


In 1625 koopt schilder Joost Cornelis Droochsloot het huis op Plompetorengracht 21. Het is de tijd van de gouden eeuw. Twee jaar later schildert hij zijn zelfportret, het hangt in de Hermitage te Sint-Petersburg. 


Droochsloot heeft zijn atelier aan huis. In zijn schildersschool zijn doorlopend leerlingen aan het werk. Schildersknechten ontvangen een opleiding tegen betaling of werken voor slechts de kost en inwoning. Alleen de oudere leerlingen ontvangen een geringe vergoeding. Droochsloot is een productief schilder, die conclusie kan getrokken worden uit het grote aantal bewaard gebleven schilderijen. Zijn schilderijen behoren niet tot de duurste in die tijd en hij was ook graag bereid tegen betaling eenvoudiger schilderwerken uit te voeren.

Plompetorengracht 21 in 1963 - foto G.J. Dukker
Droochsloot gaat in 1625 op de Plompetorengracht wonen en werken. Banketbakker (suickerbakker) Jacques Verhoeven heeft Plompetorengracht 21 verkocht aan Droochsloot. Het huis is relatief nieuw. Het pand heeft een diepe tuin tot een achtermuur aan het schouwpad (Wolvenplein). Tegen de stadswal en in de tuin staat een zomerhuisje. Het huis heeft een kelder en die loopt door in een kluis onder de straat tot de gracht. Het huis is voor zijn werk te klein; hij breidt het uit met een achterhuis voor zijn schilderschool. Met de buren komt hij daardoor in conflict: het achterhuis neemt het licht uit hun tuin. Met hypotheken in 1625, 1631 en 1633 is het achterhuis en zijn schildersschool gefinancierd. De achtertuin met zomerhuisje verkoopt hij ervoor in 1630.

Droochsloot (ook als Droogslooth of Droochslooth gespeld) is schilder van realistische en romantisch realistische afbeeldingen. Een bewerking van zijn portret van Utrecht 'Gezicht op de stad' is boven aan het weblog afgebeeld. Het is gemaakt circa 1665 en het geeft vanuit het zuidoosten een beeld van de stad. Het is één van de laatste schilderijen van Droochsloot en in bezit van het Centraal Museum. De stad Utrecht heeft op verschillende openbare plaatsen tegeltableaus met afbeeldingen van schilderijen hangen. Op de Korte Elisabethstraat is in november 2012 een tegeltableau opgehangen met een afbeelding van 'zicht op het Beleg van Vredenburg'. Deze beroemde episode uit de Utrechtse geschiedenis is in 1646 door Droochsloot geschilderd.

Het volgende zelfportret: gezeten voor de ezel heeft hij dit werk in 1630 gemaakt in zijn pand op de Plompetorengracht. Op de achtergrond is een schildersleerling bezig met het prepareren van verf. Het schilderij is in het bezit van het museum Macon in Frankrijk.

Zelfportret van Droochsloot, circa 1630, bezit Macon Frankrijk
Een echt Utrechts tafereel heeft Droochsloot veel eerder in 1629 geschilderd: de afdanking van waardgelders op het Neude te Utrecht door stadhouder Maurits in 1618. Waardgelders (huursoldaten) zorgen voor de veiligheid in de steden. Het stadsbestuur stelt ze aan om opstootjes en geloofstwisten de kop in te drukken. Utrecht heeft daarvoor zeshonderd man ingehuurd in drie compagnieën, een Franse, een Engelse en een Hollandse, onder leiding van hopman (kapitein) Gysbrecht van Hertevelt. Ze zorgen niet alleen voor veiligheid: hun gedrag - vechten, drinken en gokken - zorgt ook voor het tegendeel, meer 'blauw' op straat heeft dus duidelijk ook een nadeel in die tijd. De stadscompagnieën zijn een directe aantasting van het gezag van Maurits van Oranje als opperbevelhebber van het Staatse leger. Hij heeft niets over de stadse troepen te vertellen en de onderlinge verdeeldheid tussen steden en het centraal gezag doet afbreuk aan de verdedigingsmacht van het land. Maurits maakt in 1618 een einde aan de waardgelders van de stad Utrecht.

Joost Cornelis Droochsloot: het afdanken der waardgelders
door prins Maurits op de Neude te Utrecht, 31 juli 1618
Het schilderij is in het bezit van het Nationaal Militair Museum. De gebeurtenis is belangrijk geweest in de Nederlandse geschiedenis. In 1618 is het twaalfjarig bestand van kracht van de 80-jarige oorlog. Als opperbevelhebber van het Staatse leger moest Maurits zijn gezag laten gelden.

Meer bekend is Droochsloot om zijn romantische dorpstaferelen. Onderstaande schilderij is te vinden in Museum Magyar te Boedapest.

Joost Cornelis Droochsloot: dorpsstraat; bezit Museum Magyar Boedapest
Aan alle gouden tijden komt een einde, zoals we zelf met de kredietcrisis hebben gemerkt. Aan de gouden eeuw komt een einde door het optreden van onze buurlanden. Frankrijk, Engeland en niet te vergeten Spanje natuurlijk, zien de rijkdom van Holland als een direct gevolg van voordelige handelsposities in hun landen. Met import-heffingen wordt de handel van Hollandse goederen beperkt. In toenemende mate worden ook de schepen van de handelsvaart aangevallen en geconfisqueerd. Het veroveren van een zilvervloot kan daar niet tegenop.

Joost is in het jaar 1586 geboren, als schilder wordt hij in 1616 als meester in het St. Lukas gilde aangenomen. Negen jaar later is hij in staat het huis aan de Plompetorengracht te kopen en niet veel later begint hij een eigen school. Droochsloot maakt het einde van de gouden tijden mee. Of er is minder geld beschikbaar voor de aanschaf van luxe goederen zoals schilderijen, of zijn schilderijen gaan minder in de smaak vallen. De bevoorrechte klasse laat het wat afweten. In 1666 komt hij te overlijden en hij heeft zijn huis deels als pensioen gebruikt, de hypotheken zijn nooit afgelost. Twee aanvullende hypotheken later, in 1653 en 1665, is hij aan het einde van de gouden eeuw aan de bedelstaf geraakt. Joost overlijdt in 1666 en krijgt een zeer eenvoudige kosteloze begrafenis. Zijn vrouw Annie van Rijneveld is hem een jaar voorgegaan. Samen hebben ze zeker 11 kinderen gekregen, maar slechts één zoon wordt volwassen. Zoon Cornelis Droochsloot is leerling geweest in de schilderschool van zijn vader maar blijft een minder bekend geworden schilder. In het jaar van overlijden van zijn vader in 1666 vertrekt zoon Cornelis uit het huis.

Om te zien in welk deel van Utrecht het huis staat, zie de link. In de buurt staat overigens lange tijd een vollermolen en een blauwhuis, daardoor kan Droochsloot bij de buurman voor zijn blauwsel terecht. Een buurman uit latere tijden is de familie Kien - Römer, zij verwerven vele eigendommen in dit gebied, waaronder dit huis. In de jaren 1920 wordt het pand de raadkamer van de Raad van Arbeid. Nu is het pand kantoor van de Nederlandse Bachvereniging.

.