De chique Plompetorengracht 5 en 7: de historie van twee panden

Het wapen van de familie Van Westrenen siert de gevel. Hendrica van Duivenvoorde woont in 1628 in het huis. In 1913 wordt het fabriekskantoor, een redding?




Midden 16de eeuw is Plompetorengracht 5-7 in bezit van Hendrik Valckenaer, zoon van de burgemeester. Kleindochter Hendrica van Duivenvoorde geeft vele jaren tijdens de reformatie onderdak aan de voortvluchtige katholiek Rovenius. Hij is in 1639 als aartsbisschop uit de stad verbannen. Niettemin sterft de apostolisch vicaris Philippus Rovenius in dit huis in 1651, op 78 jarige leeftijd. Hij wordt in het geheim door het personeel van Hendrika van Duivenvoorde begraven in de paardenstal achter het huis, toen nog met een uitgang naar de straat aan de gracht. De in 1664 aangelegde Ridderschapstraat maakt het mogelijk om het koetshuis uit te laten komen aan de achterzijde van het erf. De met een handicap geboren Van Duivenvoorde heeft vervolgens het pand laten herbouwen tot een dwarshuis bestaande uit twee bouwlagen, behouden bleven de oudere kelders en kluizen. Tot 1696 blijft het huis in handen van de familie van Duivenvoorde - van Isendoorn. Enkele jaren is het bezit van timmerman Dirck van de Haer, mogelijk realiseerde hij de achterhuizen van 5 en 7. Pas als hij het verkoopt is er sprake van een koetshuis aan de Ridderschapstraat.

In 1699 is het Johan van Weede die eigenaar wordt van het grote pand met ruime tuin en koetshuis aan de Ridderschapstraat. Tijdens de de vredesonderhandelingen in 1712-1713 verhuurt hij het aan de Graaf van Strafford, ambassadeur van Engeland. Op 12 april 1713 om 3.00 uur in de nacht wordt het vredesverdrag tussen de Republiek der Verenigde Nederlandse Provinciën en Lodewijk XIV van Frankrijk op dit adres ondertekend. Enkele uren daarvoor heeft de ondertekening tussen Engeland en Frankrijk plaats gevonden in het 'Abdijhuis' op de Ridderschapstraat. In 1730 wordt de familie E.J. Ram van Schalkwijk, heer van Weerdesteyn, eigenaar van Plompetorengracht 5 en 7.

Plompetorengracht 5-7 foto GTh Delemarre in 1954 RCE,
boven de deur van 5 prijkt het familiewapen Van Westrenen

Op de openbare veiling van 1789 koopt Jan Jacob van Westrenen, heer van Sterkenburg, het pand. Van Westrenen is op het moment van aankoop burgemeester van Utrecht. De volgende woorden omschrijven het huis bij de openbare verkoping: ‘een zeer logeabele dubbele huisinge, voorzien van vier benedenkamers, een opkamer of eetzaal, alle behangen, verscheidene bovenkamers, groote solders, keuken en poederkamer, kelders en kluysen regen en putwaterpompen en andere commoditeiten, voorts een ruime erve en spatieuse tuin en koetshuis daarachter, gelegen aan de Oostzijde van de Nieuwe Gracht omtrent de Wittevrouwenbrug strekkende voor van de gracht tot agter aan de Ridderschapstraat’. Het koetshuis in de achtertuin staat sinds 1665 aan de Ridderschapstraat. Het wapenschild van de familie komt te prijken op de gevel van het huis, zie de foto boven.

In 1804 doet ook Van Westrenen voor enige tijd, niet geheel vrijwillig, afstand van zijn huis. In dat jaar arriveert de Franse generaal Auguste de Marmont in Utrecht. De Marmont is opperbevelhebber van het Frans-Bataafse leger. Hij gedraagt zich als een echte bezetter. Zijn soldaten worden ingekwartierd en voor zijn officieren zijn 14 huizen door loting aangewezen en 52 huizen gevorderd. Het stadsbestuur biedt de generaal het huis aan de Plompetorengracht aan. De Marmont heeft er een jaar gewoond.

Dochter Alida Jacoba van Westrenen (1812-1880) erft het huis in 1855 en woont er daarna alleen, met vier personeelsleden. Zij overlijdt in 1880 te Brussel. Als twee jaar later ook de dochter van haar broer overlijdt, sterft met haar het geslacht Van Westrenen uit. Rond die tijd is het moeilijk om particulieren te vinden die het huis kunnen betalen. Bij het huis hoort een groot erf en een koetshuis op Ridderschapstraat 6. In 1882 wordt door een belegger het huis nummer 5 afgesplitst van 7 en hij verhuurt de panden apart van elkaar.

In 1913 koopt een overbuurman op de Plompetorengracht, Jonker Lampsins van den Velden, beide panden Plompetorengracht 5 en 7 met het koetshuis aan de Ridderschapstraat. Hij verandert de bestemming in kantoren. De tuin, het erf en het koetshuis wil hij een fabrieksbestemming geven. Hij dient daarvoor onderstaand bouwplan in, de plattegrond van de fabriek:


bouwtekening plattegrond van de geplande fabriek, links het bestaande 
pand aan de Plompetorengracht en rechts de Ridderschapstraat
Links de panden aan de Plompetorengracht en rechts de entree naar de fabriek in de Ridderschapstraat. Het meest rechtse gedeelte is gerealiseerd, zie de sprong naar de toegangsdeur die er nog steeds zit.
De plannen voor een grote busfabriek stranden, maar leiden tot een scheiding van de grond voor het koetshuis aan de Ridderschapstraat en de panden aan de Plompetorengracht. Het pand aan de gracht is vrijwel in tact gebleven, heel anders dan op een locatie verderop aan de gracht, waar wel een nieuw bedrijfspand kwam.

Het naastliggende woonhuis Plompetorengracht 7 is vanaf mei 1883 apart bewoond. Het is tot 1891 verhuurd aan de hoogleraar Johan Hendrik Gallée, professor in de Oud-Germaanse en vergelijkende taalstudie. Daarna zijn er verschillende bewoners, al houdt majoor magazijnmeester artillerie Joan Leonard van Heukelom en zijn familie er rond de eeuwwisseling vrij lang zijn hof. Jurist en amateur historicus mw. mr. W. Eldering-Niemeijer woont in de periode 1930-1964 op dit adres. Zij heeft de historie van de panden en bewoners aan de gehele Plompetorengracht in kaart gebracht en dit in een getypte oplage in kleine kring bekend gemaakt. De schrijver van dit weblog heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt via een exemplaar uit het Utrechts Archief. In 2013 is de voorgevel van Plompetorengracht in oude luister hersteld, inclusief de perisiennes, de 19e eeuwse blinden voor de ramen. Het is altijd een woonpand gebleven.

Plompetorengracht 5 (rechts) en 7 op een foto van AJ van der Wal in 1987
Plompetorengracht 5 werd van 1921 tot 1939 bewoond door eigenaar arts E.H. Jannink met zijn gezin, de hal in het huis is al in 1914 op de foto gezet. Vlak voor WO II koopt de eigenaar van Plompetorengracht 1-3, de Stichting Ned. Roomsch Katholieke Kerkmuziekschool Sint Caecilia het pand van weduwe Jannink. De Kerkmuziekschool geeft W.A. Maas de opdracht voor het ontwerp van een kamer op de verdieping aan de voorzijde voor een orgellokaal. De kamer krijgt een tongewelf van stucwerk en is in 1939 klaar. Vanaf die tijd vullen muzikale klanken het pand, zoals nu van de kathedrale koorschool.

.