Koetshuizen en garages: binnenstad Utrecht

De Ridderschapstraat is aangelegd in 1663-1664. In het begin van de straat stonden drie koetshuizen. Na 350 jaar zijn daar nog steeds bedrijven gevestigd. Wat is de historie van deze koetshuizen?


De Ridderschapstraat begint aan de evenzijde met 2 huizen, vervolgens komen er 3 grote bedrijfspanden. De grond van die panden hoort al voor de aanleg van de straat bij panden op de Plompetorengracht. Zij kunnen na 1663 koetshuizen met stallen bouwen met de uitgang naar hun nieuwe achterstraat. De eigenaar van Plompetorengracht 3 bouwt in 1664 op Ridderschapstraat 4 een koetshuis met stallen. Het gebouw is een monument en herkenbaar met de deuren, er zit nu kinderdagverblijf De Melkfabriek.

Deze foto van het koetshuis Ridderschapstraat 4 is uit 1974 (HUA 69454)
Het tweede koetshuis met stallen is voor een rijke bewoner op de Wittevrouwenstraat. In de 18e eeuw koopt de eigenaar van Plompetorengracht 9 de opstallen en herbouwd op deze plek inclusief een doorgang van zijn hof naar de Ridderschapstraat. Garage U.T.A.M. zit sinds 1916 op deze locatie. De garage is tijdens de brand bij de buurman in 1920 in allerlei ontruimd en had enige brandschade. Het is nu de U.T.A.M. garage.

Het derde koetshuis staat er tussenin. Op Ridderschapstraat 6 was het koetshuis met stallen voor het huis Plompetorengracht 5-7 te vinden. Die oude gebouwen van de familie Van Westrenen in de Ridderschapstraat zijn in 1915 gesloopt. Nieuwe eigenaar Jonker Lampsins van den Velden heeft plannen voor een herstelplaats voor autobussen, de nieuwste postkoetsen. De kantoren van de op te richten fabriek komen in Plompetorengracht 5 en 7 en in de tuin tot de Ridderschapstraat een nieuw gebouw als herstelplaats voor autobussen.

Lampsins van den Velden heeft veel ervaring met projectontwikkeling, de panden rond de Asch van Wijkkade - Wijde Begijnestraat zijn door de familie ontwikkeld. De gemeente ontvangt een aanvraag voor de Hinderwet vergunning inclusief het plaatsen van een benzinepomp met opslag. Zij wil op deze plek geen opslag van vluchtige stoffen toestaan en weigert een vergunning. Van den Velden laat de plannen varen. Hij verkoopt het al gerealiseerde fabriekspand in 1916 aan H.A.H. (Hidde) Nijland.

Een reclame uit 1920 van de firma Coq met Ridderschapstraat 6 en 6A
De elektrotechnisch ingenieur Hidde Nijland is de oprichter van firma De Coq, fabriek voor elektrische schakelapparatuur en schakelaars voor hoogspanning. De gemeenten ontvangt een nog ambitieuzer bouwplan, de bebouwing van de volledige tuin met een drie verdiepingen hoog fabrieksgebouw, met Plompetorengracht 5 als kantoor. Ook dit plan krijgt geen groen licht. In deze tijd wil de gemeente al geen grootschalige industriële activiteiten in het centrum. Op Ridderschapstraat 6 komt een kleinere bedrijfshal met een kantoor op 6bis. Plompetorengracht 5 koopt hij niet. Hidde Nijland vestigt enkele jaren later de grotere transformatorenfabriek op Kanaalweg 41.

De zaken gaan zeer voorspoedig. Helaas voor de firma de Coq is de vestiging van de fabriek in de Ridderschapstraat maar een kort leven beschoren. Vlak na het jubileum in 1920 breekt er brand uit, van de fabriek resten alleen nog puinhopen. Zie onderstaande foto:

Het bedrijfspand Ridderschapstraat 6bis na de brand in 1920
Op deze foto steekt de gevel van Wittevrouwenstraat 14 nog net boven de muurresten van de fabriek uit. Nijland laat zich ondertussen niet uit het veld slaan door deze brand. De firma groeit door met de vestiging Kanaalweg 41 en is één van de grondleggers van Holec. Na de herbouw van Ridderschapstraat 6 is de voormalige transformatorfabriek onderdeel geworden van de U.T.A.M. garage. Daarom is in 1921 op de gevelbalk de naam geschilderd, en in 2012 opnieuw. Zie overigens ook het stukje over het pand Plompetorengracht 5-7. Het veranderde van bestemming, van chique wonen naar een kantoor.

.